jankoopman.nu > Het levensverhaal > Rob de Brueijs

Rob de Brueijs

Bijnaam: Kapitein Rob.  Schipper  op zo’n  mooi, oud zeilschip. De Mercurius.  Varen met gasten op de Waddenzee en het IJsselmeer. Partner van Harriët, schipper op de Wilhelmina. Met haar (en een groep andere vrijwilligers) hebben we later nog eens een barre tocht over het koude, donkere wad gemaakt, van Schiermonnikoog naar Delfzijl. Een avontuur om nooit te vergeten…

Inloopmuziek: Rod Stewart – Sailing

Tijdens de muziek worden op de wand de bewegende beelden van het schip geprojecteerd.
Als iedereen op z’n plek zit de muziek wegfaden en de projectie-beelden stoppen.
Vervolgens wordt op aanwijzingen van de uitvaartleider de kist in stilte binnengedragen en op z’n plaats gezet. Als iedereen daarna op z’n plaats zit:

1947 Was een heel bijzonder jaar. Neem nou het weer. Half december vroor het 20 graden, half januari was het in Limburg 17 graden boven nul en 8 februari werd één van de meest barre elfstedentochten ooit gereden. De zomer van dat jaar werd de warmste van de 20ste eeuw. Het is het jaar waarin Thor Heyerdahl op een zelfgemaakt vlot naar Incavoorbeeld, de Kon-Tiki, de Indische Oceaan oversteekt. Het jaar van de Exodus, het schip met de overlevenden van de Holocaust die proberen hun plek, Israël, te claimen. En op 14 oktober van dat jaar neemt prinses Juliana als regent het roer over van koningin Wilhelmina.  1947 is een jaar waarin bijzondere mensen worden geboren. André van Duin, bijvoorbeeld. Johan Cruyff, Job Cohen…

En op 25 juni 1947, een snikhete woensdag, wordt in Amsterdam ook een bijzonder mens geboren. Rob de Brueijs. Afstammeling van de Franse Hugenoten die vanuit Frankrijk naar Nederland vluchtten. Eén van z’n verre voorouders was Admiraal de Bruĕt, die in opdracht van Napoleon de slag bij Abukir in de Middellandse zee uitvocht tegen de Engelse Maarschalk Nelson en daar ten onder ging… Robs vader had een wat minder avontuurlijk bestaan: hij werkte  als verzekeringsagent en wist zich in de avonduren op te werken tot leraar…

Zodra het mogelijk was verliet Rob het ouderlijk huis. Hij ging naar Almelo. Het bleek een ondernemend type. In 1974 opende hij zijn eerste eigen bedrijf: een Engelse Pub, met de naam Big Bull. Vanuit die pub werd ook een, nog steeds actieve, Rugbyclub opgericht met natuurlijk dezelfde naam. Toen de Pub uitstekend liep, verkocht hij de zaak. Tweede project: een eigen restaurant. Dat project mislukte. Zo gaat dat: soms zit ’t mee, soms zit ’t tegen.

Met z’n vrouw Jolanda en twee kinderen (de derde was op komst) trok hij naar Groningen op hun schip de Bollevaer, een 16 meter lange Waalschokker. Het was in die tijd dat op de waddenzee en het IJsselmeer heel voorzichtig de charters begonnen. Varen op een oud zeilschip met betalende gasten aan boord. Rob zag mogelijkheden op die manier weer een boterham te verdienen. Het schip werd aangepast, zodat ze met groepen van pakweg 12 man vanuit Zoutkamp het wad opgingen, richting Nederlandse en Duitse waddeneilanden.

Dat vergde natuurlijk wel wat improvisatievermogen want het schip was ook hun woning. Als Rob met gasten naar zee ging, zocht Jolanda een logeeradres. Wat later, toen Rob zich af en toe een “maat” kon veroorloven, woonde Jolanda op het adres van de maat, zolang die aan boord bij Rob was…

Het begon te lopen. De Bollevaer werd ingeruild tegen de Orion, een Tjalk, met een lengte van bijna 20 meter. Niet alleen meer lengte, maar ook ruimte voor meer gasten.

Het is augustus 1988. Rob is nog steeds schipper op de Bollevaer.
Harriët Stalman is met haar 4 jaar oude dochtertje Kim voor een weekje op vakantie op Schiermonnikoog. Terwijl ze tussen de middag met haar dochtertje op een terrasje zit, komen er twee mannen het terras op. Eén gaat naar binnen om iets te bestellen, de andere trekt Harriëts aandacht. Wat een kerel. Een smerige overall en ondanks de warmte had hij van die grote wollen gebreide sokken aan, die hij op het terras uittrok, omkeerde en weer aantrok.

Maar die kop… Intrigerend. Die avond bleek dat het, in het hotelletje waar Harriët geboekt had, helemaal niet moeilijk om oppas te vinden voor Kim. Lekker, even tijd voor jezelf, even de kroeg in. En wie kwam ze in die kroeg tegen?
Natuurlijk. Rob. Die was klanten aan het ronselen voor een dagtocht.
Harriët boekte. Vijfentwintig piek, Kim mocht gratis mee.

Na die korte vakantie ging Kim een weekje naar haar vader.
Harriët besloot terug te keren naar Schier. Wat bleek: Rob was er niet. Maar een dag later was hij er wel weer. “Morgen heb ik weer een dagtocht,”meldde hij. “Ik zou wel een koffiejuffrouw kunnen gebruiken.”

De volgende ochtend meldde Harriët zich aan boord. Die dag bleek dat er sprake was van een communicatiefout tussen Rob en de VVV: de gasten kwamen pas de dag daarna. Rob wilde in ieder geval het schip op een andere plek leggen, dus besloten ze samen te varen. In verband met het getij moest op het wad een tijdje worden gewacht… Om een lang verhaal kort te maken: die week is Harriët niet meer van boord geweest.

Het was allemaal wel een beetje dubbel. Harriët wist inmiddels dat Rob getrouwd was. Aan de ene kant een probleem, aan de andere kant wilde ze zelf nog even geen vaste relatie. Ze had net een moeilijke relatie achter de rug en wilde nu even gebruik maken van haar vrijheid. En wat is er dan veiliger dan een getrouwde man? Geen geclaim, geen verplichtingen en geen vuile sokken.

Een week lang plezier, zonder verdere verplichtingen
Na die week namen ze afscheid. Tot volgend jaar!
Een paar dagen later belde Rob. Een jaar was toch wel wat lang…

Maar liefst vier jaar bleven ze contact houden. Vier jaar, waarin hun liefde groeide en bloeide, voor de knoop echt werd doorgehakt. Toen,opeens, stond hij met zijn plunjezak plus een beste hoeveelheid wasgoed bij Harriët op de stoep. Toch weer vuile sokken…

Jolanda hield het huis in Groningen, Rob ging aan boord wonen. En vanaf dat moment ging Harriët als het even kon mee met de charters. Kijk, als je dagelijks met elkaar te maken hebt, verdwijnt al snel de beschermende roze wolk van verliefdheid. Dan blijkt de realiteit. En die realiteit was dat Rob niet een echt gemakkelijk karakter had. Er waren, ruw gezegd, twee mogelijkheden. Je mocht ‘m niet – en dat was dan meestal ook wederzijds, of je mocht ‘m wel – en dan had je ook een vriend voor het leven. Ondanks de soms nukkige buien van Rob waren hij en Harriët een uitstekend team.

Eigenlijk wilden ze hun werkzaamheden verplaatsen naar Harlingen, want dat werd steeds meer een Charterhaven. Maar om daar tussen te komen met je schip, dat was niet eenvoudig… De oplossing was: een Harlinger schip kopen. De Orion werd verkocht en de Mercurius werd hun nieuwe schip. Voormalig eigendom van de bekende Harlinger Horecaman Herman Brandsma. Accommodatie voor 18 gasten, een mooi schip.
Toen Kim op haar 17e een opleiding ging volgen in Dronten en daar intern ging wonen, gingen Harriët en Rob samen het bedrijf runnen. Rob was schipper, Harriët werd maat, co-schipper, huisvrouw, koffiedame, boekhouder en kok.

Na drie seizoenen werd een andere koers gekozen: in financiële samenwerking werd nog een schip gekocht: de Wilhelmina. Een tweemaster Klipper. Harriët werd de schipper. Ze kon aardig met die schuit overweg, waarop Rob apetrots reageerde: “mooi hé, heeft ze allemaal van mij geleerd…”

Het zeilen van Rob zelf werd in de loop der jaren wat minder soepel. In 1989 had hij een flinke hersenbloeding gehad, waarna zijn spraakvermogen zelfs een tijdje weg was. Gelukkig herstelde dat maar toch… In de tijd daarna zijn er meer, kleinere hersenbloedingen geweest, die toch iedere keer weer een stukje tol eisten…

Maar hij had ervaring genoeg om, samen met zijn werkende gasten, het schip precies te laten doen wat hij wilde. Al klonken de bevelen lang niet altijd even vriendelijk… Maar dat werd door veel gasten juist ook weer gezien als een charme van het zeemanschap! Zo kwam Rob, soms op de bluf, toch altijd weer waar hij wezen wilde.

In 2002 was er nieuwe tegenslag in de gezondheid: Er werd prostaatkanker bij Rob geconstateerd. Hij werd bestraald en klom toch aardig weer tegen de wal op. Maar het werd steeds duidelijker dat de kansen voor de verre toekomst niet goed lagen. Dus werd na de zomer van 2005 de Mercurius te koop gezet. In augustus 2007 betrok Rob een huisje in Akkrum. In verband met de nieuwe Europese regelgeving moest de Wilhelmina behoorlijk ingrijpend worden verbouwd. Ze besloten die verbouwing dan direct maar aan te pakken. Dit voorjaar was die verbouwing afgerond. Harriët had nog maar drie weken gevaren toen er heel slecht nieuws van de oncoloog kwam: de ziekte ontwikkelde zich veel sneller dan verwacht. Zoals de zaak er nu voorstond had Rob nog maar enkele maanden te leven…

Rob vond plek in De Spiker in Harlingen. Af en toe, als Rob een slechtere dag had, werd er een zet-schipper ingeschakeld, maar financieel is dat nauwelijks haalbaar. Begin juli ging het opeens heel slecht. Na een bloedtransfusie knapte Rob zienderogen op, maar het werd voor iedereen duidelijk dat het einde naderde.

Wat zou hij graag nog één keer…

Zou dat kunnen? Nog één keer het wad op? Nog één keer varen, zo ziek als hij was?
Harriët bracht eind juli de Wilhelmina binnen de sluis en leende een grote loopplank, breed genoegvoor een rolstoel. Er werd een bed neergezet in het dagverblijf. Rob kwam aan boord en ze voeren de haven uit. Tegen alle verwachtingen in werd het een geweldige tocht van een week. Iedere ochtend kwam er een verpleegkundige van de thuiszorg aan boord, waarna er weer een dag gevaren kon worden. Ameland, Lauwersoog, natuurlijk Schier – waar de basis van hun relatie lag – en binnendoor via Dokkum en Leeuwarden weer terug. De reis van z’n leven, aan het eind van z’n leven.

En dan, hoewel voorspeld, gaat het toch nog onverwacht snel. Een paar weken geleden lukte zelfs het lopen achter de rollator niet meer. En vorige week dinsdag – nu precies een week geleden, werd besloten om Rob in slaap te brengen.

Die dinsdagmiddag was een heel mooie middag. Zo veel intimiteit, zo veel liefde, subtiele kleine liefkozingen. Er werden afspraken gemaakt voor als er, tegen alle verwachtingen in, tóch iets mocht zijn, aan die andere kant. Er was vrede, er was rust. Er was genoeg liefde om elkaar vast te houden en toch los te laten. Het was goed. Rob sliep in.

Dat het daarna nog twee dagen duurde voor Rob’s lichaam de strijd opgaf, doet eigenlijk niet veel meer ter zake. Het afscheid was er dinsdag en dat afscheid was goed. En nu zijn we bij elkaar om ook dat laatste afscheid te beleven.

Het afscheid van de schipper, bij wie blijkbaar nog steeds spoortjes zeewater in het bloed zaten, afkomstig van die verre voorvaderen. Het afscheid van die ruwe bolster, die naar mate z’n leven vorderde en z’n gezondheid minder werd, steeds meer zijn blanke pit aan de oppervlakte liet komen. Het afscheid van de man die, zoals de kaart zo mooi symboliseert, dan toch eindelijk het roer los moest laten.
Het afscheid van Rob de Brueijs.

Dag Rob.
Het was goed dat je hier was.
Je zult niet snel vergeten worden.
Vaarwel!

Muziek: The Eagles – Desperado

Korte toespraak dhr. Manuel Lomat

Gedicht door John Stalman

Muziek: Zijlstra, track 2 – Tot Slot

Aanwezigen danken voor hun komst en aanwijzingen verdere verkoop (koffiekamer etc.) (Bas? / Jan?)

Muziek: Zijlstra, De Laatste

Aanwezigen brengen laatste groet en verlaten de aula