jankoopman.nu > Het levensverhaal > Piet Buitelaar

Piet Buitelaar

Had een beroep dat niet bij z’n naam paste: Hij was straaljagerpiloot. En later instructeur. En nog weer later Vuurmeester, een soort luchtverkeersleider, maar dan militair. Toen ik, na het gesprek met zijn vrouw en zijn zoon, aanvullende informatie googelde, kwam ik in contact met  Peter van Eekeren uit Groningen. Die had vroeger met een omgebouwde radiocassetterecorder in de duinen gelegen en daar opnames gemaakt van de stem van Buitelaar. Ik ben naar Groningen gegaan, we hebben die cassettes gedigitaliseerd en daarna heb ik een mix gemaakt van de favoriete massage-muziek  van Buitelaar met de door Peter gevangen geluidsopnames. Zo gaf majoor Buitelaar tijdens zijn afscheidsdienst nog aanwijzingen… Tijdens de dienst kon je, toen dit werd afgespeeld, precies zien waar de ex-piloten zaten: daar kwamen de zakdoeken te voorschijn. Dat bedoel ik met iets meer doen, waardoor een dienst extra bijzonder wordt…
Wilt u die opname afluisteren? Klik dan hier…

Inloopmuziek: Dan Gibsons Solitudes – Secret Garden

Ik neem u mee terug naar het jaar 1934. In het Haagse Citytheater gaat de eerste Nederlandse geluidsfilm in première. Een film over het leven van Willem van Oranje. In Amsterdam komen 6 mensen om en raken 47 mensen gewond bij het Jordaan-oproer. In Duitsland wordt de machtsstrijd binnen de NSDAP beslist in de “Nacht van de lange messen”, waarbij enkele tegenstanders van Hitler worden vermoord. Er wordt een  grote vliegwedstrijd georganiseerd van Londen naar Melbourne. De Nederlandse Uiver onder leiding van Koene Dirk Parmentier, weet een eervolle tweede plaats te halen. De KLM begint een vaste lijnverbinding van Amsterdam naar Hull. 1934. De ontwikkelingen in Duitsland wijzen steeds dringender in  de richting van een tweede grote oorlog.

Maar 1934 biedt ook mooie zaken. Zo worden er in dat jaar bijzondere kinderen geboren. Mary Quant, bijvoorbeeld, de vrouw die ons later de minirok zou schenken. Youri Gagarin, de eerste mens in de ruimte. Anton Geesink, de eerste Nederlander die wereldkampioen Judo werd. Brigitte Bardot, Leonard Cohen, Rudi Carrell, Nana Mouskouri…

Op 2 maart van dat jaar 1934 is het nog behoorlijk fris in Zuid-Holland. ’s Nachts vriest het nog een graad of zes, overdag een paar graden boven nul. Maar bij Neeltje en Piet Buitelaar in Zwammerdam is het gezellig warm. Het is de dag dat hun eerste kindje wordt geboren. Piet. Oudste van de drie zonen Buitelaar. Piet was vier toen zijn ouders naar Bodegraven verhuisden. En twee jaar later, hij was net oud genoeg voor de lagere school, brak de oorlog uit. Voor jongens als Piet was de oorlog vooral ook spannend, avontuurlijk. Jongens van die leeftijd zien het gevaar en het onheil niet, die letten meer op de opwindende, de fascinerende kant van de zaak. En op de voordelen. Zo gebeurde het regelmatig dat er, om uiteenlopende redenen, lesuren uitvielen op school. Kijk, dat werd een soort van gelegaliseerd spijbelen. Wie wil dat nou niet?

Piet was lid van de padvinderij en hij werd tambour-maître bij het plaatselijke korps. Voorop lopen met zo’n baton, in een prachtig uniform, daar was hij toen al heel trots op. Maar in het laatste oorlogsjaar werd de situatie in het westen toch wel heel erg nijpend. De hongerwinter hield niet alleen de grote steden in bedwang, ook op het platteland en de kleinere steden werd het nu heel moeilijk. Ook voor Piet. Hij werd naar Vlagtwedde gebracht. Om aan te sterken. Enkele maanden later, toen hij terugkwam, was hij volstrekt onverstaanbaar geworden: hij had zich in die paar maanden dat Oost-Gronings aangeleerd. En dat is voor buitenstaanders wel heel moeilijk te volgen.  Later, heel veel later, in de jaren ’80, is Piet daar nog eens wezen kijken. Wat bleek: hij beheerste die taal nog steeds…

1950. De oorlog is afgelopen, Nederland probeert het gewone leven weer op te pakken, de wederopbouw begint. De familie Buitelaar verhuist naar de Goudseweg, aan de zuidkant van Bodegraven. Naast de familie van Wensveen. En die hadden een hele knappe dochter. Mar, heette ze. Een jaar jonger dan Piet. Piet had ook een vriend en samen met die vriend bedachten ze een bijzondere manoeuvre. Het was die week Winkelweek in Bodegraven. Zo’n week waarin allerlei activiteiten worden georganiseerd. Die ene avond zou Piet met Mar op stap gaan en zijn vriend met Mar’s vriendin en de volgende avond zouden ze ruilen. Maar die ene avond beviel blijkbaar zó goed dat het van ruilen nooit is gekomen. Piet en Mar waren vanaf dat moment een stel. Maar dat zagen vader en moeder van Wensveen helemaal niet zitten. Wat denken die snotneuzen wel, 15, 16 jaar, veel te jong. “Kom jij maar eens terug als je de kost kunt verdienen”, kreeg Piet te horen.

Maar ja. Daar gaan ouders niet over. Zo simpel werkt dat niet. Je bent verliefd, de hormonen gieren door dat jonge lijf en je wilt elkaar zien. Hoe dan ook, waar dan ook. Piet en Mar zijn nimmer meer met zo veel toewijding ter kerke gegaan als juist in die jaren. Op de achterste bank, uit beeld voor de wederzijdse ouders. Slechts de koster kon hen zien en wat hij zag vond hij niet deugen…

Mozart – Avé Verum Corpus

Vader Buitelaar begon een kippenfarm. De Tempel, even buiten Reeuwijk. En Piet ging daar aan het werk. De kost verdienen, om zo aan de toelatingseisen van de van Wensveens te voldoen. Maar hij kreeg ook een uitnodiging van het koninkrijk der Nederlanden. Hij mocht worden gekeurd voor de militaire dienst. Uit die keuring bleek dat Piet in aanmerking kwam voor een speciale plaats binnen de luchtmacht. Of hij straaljagerpiloot wilde worden. Piet wilde niets liever dan dat. Straaljagerpiloot. De ultieme jongensdroom. Maar… daar is wel de schriftelijke toestemming voor nodig van je ouders. Vader moest tekenen en had daar eigenlijk niet zo’n zin in. En ook dat viel te begrijpen. De ontwikkeling van de straaljager stond in de kinderschoenen, het was nog maar 10 jaar geleden dat er proefvluchten werden gemaakt met de allereerste modellen van Messerschmidt.  Erg betrouwbaar waren ze nog niet. Van de Meteor, het toestel waarmee toen in Nederland werd gevlogen, is maar liefst 50% gecrasht. Dus om nou te zeggen dat straaljagerpiloot een veilig vak was…
Maar uiteindelijk zag Piet senior  in dat dit precies was wat zijn zoon wilde, en hij tekende. Piet Buitelaar kwam in dienst bij de Koninklijke Luchtmacht. Zijn eerste vlieglessen. Natuurlijk in de Piper Cub en de Harvard. In het dorp wilde niemand het geloven. Piet Buitelaar, piloot? Straaljagers? Het zal wel. Ook hun eigen buren geloofden het niet. Kijk, dat was net wat voor Piet. Tijdens één van z’n solovluchten zocht hij Bodegraven op en vloog een paar keer zo laag mogelijk over het huis van de buren. Dat zou ze leren!

Het gevolg: de kippen van de leg, koeien braken uit, kortom, men was niet erg tevreden over de actie van Piet en diende een klacht in. Ook Piets meerderen waren niet tevreden. Gevolg: drie dagen cel, het beruchte Oranjehotel in Scheveningen. Maar de vervolgstraf was veel zwaarder: Piet mocht niet naar de opleiding in Amerika. Het einde van een carrière, nog vóór die goed en wel begonnen was. Eén van zijn bazen nam het echter voor hem op en wist dat laatste deel van z’n straf ongedaan te maken. Piet mocht alsnog naar Amerika. Een zware opleiding. 90% van de deelnemers valt af. Piet behoorde tot de 10% die wel slaagde. Gedurende lange tijd bestond zijn leven uit trainen en schrijven. Dat laatste gold vooral voor de brieven naar Mar. Twee keer per week schreven ze elkaar een lange brief.

Terug in Nederland trouwden ze. Eerst woonden ze nog een tijdje in bij de van Wensveens, maar via een zomerhuisje zonder stromend water in Vessem, vonden ze een huis in Zeelst, bij Veldhoven. En daar werd, in 1957, Rico geboren.

Naast het vliegen had Piet nog een passie: fotograferen. Met een grootbeeldcamera, een Bronica 6 x 6. Twee tijdrovende passies. Dus om nou te zeggen dat Piet altijd thuis zat… nee. Het was, om het op z’n Brabants te zeggen, een druk menneke.

Piet’s carrière bij de luchtmacht groeide. Hij werd instructeur. Nieuwe jongens opleiden. Dat was niet ongevaarlijk. Kijk, 2-persoonskisten waren er nog niet. Dus vloog de instructeur vlak achter de leerling en gaf hij instructies via de boordradio. Chasen, vlak bij elkaar vliegen, met die snelheden, zeker niet ongevaarlijk. Piet bedacht ook iets nieuws: er werd een tweede stoel gemonteerd, naast de cockpit, buiten het toestel dus. Daarop nam Piet plaats om zo de leerling te begeleiden tijdens het taxiën. Weer of geen weer, Piet zat buiten aanwijzingen te geven. Piet maakte deel uit het het Redskin Squadron. Roepnaam: Sandbag Diamond.  Maar hij zat ook van het Whisky Four stuntteam, hoewel dat maar heel kort heeft bestaan. Prachtige tijden, daar in Brabant. Collega Hans Verdonk vertelde me over Piet als één van de drie musketiers, samen met Jansen en Ronken, over de caravan op de Peel, over de kantine – waar Piet op enig moment verantwoordelijkheid droeg over de bar, over spul dat geen kringen op de tafel laat, maar waar je wel koppijn van krijgt… Bokma, dus. En ook over de Beo, die daar ook gestationeerd was. Piet had het dier leren praten. Gevolg: als iemand wat lang achter elkaar aan het woord was, dan kwam de Beo tussendoor met een duidelijk verstaanbaar: “Ouwehoer!”.

Ook een mooie opdracht: eind jaren ’60 besloot Nederland een aantal Northrop F5’s aan te schaffen. Piet behoorde tot de vliegers die naar Canada gingen. Proefvluchten maken en daarna die kisten naar Nederland brengen.

Maar dan op enig moment krijgt Piet last van z’n rug. De voortdurende invloed van de G-krachten zal daar ongetwijfeld debet aan zijn geweest. Maar de blessure was zó serieus dat hij geen gebruik meer zou kunnen maken van de schietstoel. En dan mag je niet meer…

Een bittere pil.
Het heeft even tijd gekost om dat te verwerken, maar er kwamen nieuwe kansen. Terschelling, bijvoorbeeld. Vuurleider op de Jackpot, het oefenterrein op de Noords vaarder aan de westpunt van het Eiland. Een niet ongevaarlijke baan, want het zou niet voor het eerst zijn dat er per ongeluk op de toren werd geschoten… Maar verder… de zee, de vliegtuigen, de geweldige vriendschappelijke contacten met de collega’s… wat was dat mooi…

(Muziek-impressie De Zee, met stemgeluid van Piet als commandant)

Deze compilatie met daarin de stem van vuurleider Piet Buitelaar kwam tot stand mede dank zij geluidsopnames die decennia geleden zijn gemaakt door Peter van Eekeren, die indertijd met een omgebouwde wereldontvanger stiekem in de duinen lag…

Verhuizen van Veldhoven naar Terschelling. Mar had slechts één voorwaarde: als ik daar ook maar een eigen winkel kan hebben, zoals in Veldhoven. Dat kon. En zo begon Mar met “de Vliegende Hollander”. Rico was 17 en vond het vanaf dag 1 geweldig op Terschelling. Hij woont er nog steeds, dat zegt dus genoeg. “Hoe was Piet als vader?”, vroeg ik Rico.
“Streng, maar rechtvaardig, zoals je van een militair mag verwachten”, vertelde Rico. Pa was zeer consciëntieus en dat verwachtte hij ook van de mensen om zich heen. De verbouwing aan de winkel deed hij bijvoorbeeld zelf. Degelijk vakwerk. Moest honderd jaar meekunnen. Ik heb ook op dat gebied heel veel van hem geleerd”.

En er waren de avonturen. Als iemand plotseling naar het ziekenhuis moet, dan heeft men de beschikking over een helikopter. Nu wel, toen nog niet. In die beginjaren kwam er dan een Beaver, vanuit Leeuwarden. Dan werd er, in het donker een start- en landingsbaan uitgezet op het strand, met behulp van een soort fakkels. Goosenecks. Daar landde het toestel, de patiënt werd aan boord getild en naar Leeuwarden gevlogen.

Later, toen die Helikopter er was, werd die Sar ook wel eens gebruikt om breekbare zaken, als bijvoorbeeld Keramiek, vanaf de vaste wal mee te nemen naar het eiland. Mocht officieel natuurlijk niet, maar ach, die kist vloog toch en niemand had er weet van. Tot Piet op enig moment werd gebeld door iemand die zich voor deed als zijnde de inspectiedienst. Hen was duidelijk geworden dat Piet de helikopter liet gebruiken voor privédoeleinden en dat zou stevige problemen met zich mee gaan brengen. Dat was schrikken. Tot bleek dat het een rotgeintje was van het Sar-team. Met name die ene piloot van Indische afkomst bleek hier de hand in te hebben. De wraak was zoet: bij één van de volgende vluchten bleek de helm van de betreffende piloot aan de binnenkant te zijn bewerkt met trassi…

Geweldige jaren, daar op Terschelling. Maar ook daaraan kwam een einde. Op z’n 55e wachtte het functioneel leeftijd ontslag. Piet ging met pensioen. Ze besloten naar de wal te verhuizen. Het eiland was en bleef geweldig, maar ook onpraktisch. Als je eens naar een theatervoorstelling wilt, of naar een expositie, dan is er altijd weer die boottocht, waardoor je heel vroeg op pad moet, of ’s avonds niet meer terug kunt naar het eiland. Ze vonden een groot huurhuis in Wierden. Drie etages, twee badkamers, volop ruimte voor die andere passie: de fotografie. Een eigen studio, ruimte voor een flinke doka. Piet fotografeerde graag modellen. Al vanaf het begin van hun huwelijk. Als Mar die modellen zag, dan kon ze enige vorm van jaloezie niet onderdrukken. Maar een in goed gesprek werden de grenzen vastgelegd en vanaf dat moment kon Mar er mee leven. “Stond u ook wel eens model voor zijn camera?” vroeg ik afgelopen week aan Mar. “Nee, was ook niet nodig, hij kon me zó toch wel zien…” was de reactie.

Zoals alles in zijn leven gold ook hier: als je het doet, doe het dan goed. Piet maakte prachtige foto’s. Exposeerde ook. En alles analoog, dat digitale was vooralsnog niet aan hem besteed. Hij wilde de film voelen, zelf ontwikkelen, zelf afdrukken en retoucheren doe je met een fijn penseel, niet met Photoshop, vond Piet. Hij hield het lang vol, maar op enig moment kan het niet meer. Dan is het materiaal niet meer leverbaar, zijn er geen onderdelen meer. En pas toen schakelde Piet over op digitaal. Duizenden negatieven heeft hij ingescand, alles opnieuw…

En er kwam nu tijd om samen op reis te gaan. Cyprus, Palma, Turkije, Tunesië, Malta. En de mooiste reis: Indonesië. En dan niet via een reisbureau, maar door Mar zelf georganiseerd en uitgestippeld. Sumatra, Bali, Lombok, Sulawesi, helemaal afgestemd op hun persoonlijke wensen, waarbij Piet natuurlijk fotografeerde…

Rico trouwde met Nel, ze kregen kinderen – drie kleindochters voor Piet en Mar: Lillian, Melinda en Zoë. En inmiddels zijn er ook al drie achterkleinkinderen: Judge, Haylie en Dave.
Er was nu ook meer tijd voor de familiecontacten. Ik geeft graag het woord aan Piets broer Henk Buitelaar

(bijdrage broer)

André Rieu – My heart will go on

Zo ongeveer in 2007 kwam Piet heel ongelukkig te vallen, in de keuken. Gevolg: een hersenbeschadiging. Vier weken ziekenhuis, drie weken revalidatie in de Horst. Niet veel later kreeg hij problemen met z’n blaas. Weer naar het ziekenhuis: diagnose: blaaskanker. Weer een operatie, weer een periode van herstel. Een moeilijk jaar.

Maar de rampspoed was nog niet voorbij. Weer sloeg het noodlot toe: Piet kreeg chronische leukemie. Weer naar het ziekenhuis – acht chemokuren…

Drie maanden geleden kreeg Piet last van ontstekingen in zijn mond. Eten en drinken werd heel moeilijk, hij kreeg het benauwd. In tien dagen tijd viel hij 6 kilo af. Wéér naar het ziekenhuis. Onderzoek van het bloed bracht meer slecht nieuws. Vrijdag 20 mei was er een gesprek met de behandelend specialist. Korte samenvatting: we kunnen niets meer voor u doen. In militaire termen heet dat dan: einde oefening. Prognose: hooguit enkele weken.

Er waren twee opties: naar een Hospice of thuis sterven. Piet koos voor het laatste. Dicht bij Mar. Natuurlijk met hulp van de thuiszorg en geweldige begeleiding van de huisarts, maar toch vooral met de liefde en de zorg van Mar. Vanaf dat moment was er van alles te bespreken. Hoe het afscheid moest zijn, wat er geregeld moest worden. Angst voor de dood had Piet niet. En, zo vond hij zelf, hij mocht zeker niet klagen. Als straaljagerpiloot van het eerste uur was zijn gemiddelde levensverwachting niet bijster hoog. Alles boven de 45 was meegenomen, zo vond hij.

Hij klaagde nooit. Als je vroeg hoe het ging dan stak hij zijn duim omhoog. En af en toe dat handgebaar van “kan vriezen, kan dooien”, maar het signaal “slecht” gaf hij nooit. Terwijl het wel heel slecht was..

En dan, nog geen week later, houdt het leven van Piet op. Dan wordt het gedichtje dat ik van Mar kreeg om aan u voor te dragen, actueel:

Draag me mee.
Als de dood ons eens scheidt weet ik, we zijn elkaar nog niet kwijt.
Draag me mee op een plaatsje apart, draag me mee in je hart.
Mijn taak is dan hier voorbij, denk met vreugde terug aan mij.
Blijf niet om me treuren, het leven is mooi, vol met kleuren.
De zon zal steeds voor je schijnen, en al je zorgen zullen verdwijnen.
Draag me mee op een plaatsje apart, draag me mee in je hart.

En nu?
Nu rest ons het afscheid.
Afscheid van die jongen die al op z’n zestiende wist: met haar wil ik oud worden.
Die nauwgezette, plichtsgetrouwe man, een voorbeeldig piloot, die leiding wist te geven aan heel veel leerlingen. De perfectionist, zowel als vlieger als ook als fotograaf. Afscheid van die geweldige partner, vader, schoonvader, grootvader en overgrootvader.
Afscheid van Sandbag Diamond.

Piet Buitelaar.
Je hebt het leven voor veel mensen mooier, spannender, aantrekkelijker weten te maken.
Er was ontzag, er was respect, er is van je gehouden. Je zult niet vergeten worden.
Goede vlucht,

Rust zacht, rust in vrede.

Andrea Bocelli & Sarah Brightman – Time to say goodbye