jankoopman.nu > Eigen afscheid > Loes van Esch

Loes van Esch

Muziek: Edith Piaff – Non je ne regrette rien

Ik neem u mee terug naar het jaar 1956. Eén van de koudste winters uit de geschiedenis, mét elfstedentocht en temperaturen onder de min 25 graden… In Monaco vindt het sprookjeshuwelijk plaats tussen Prins Rainier en de filmster Grace Kelly. Het is ook het jaar waarin de eerste vrouwelijke minister in Nederland wordt beëdigd: Marga Klompé. En natuurlijk, het jaar van de Hongaarse opstand en de daarop volgende Russische inval.

Het is het jaar waarop Rock & Roll ook in Nederland doorbreekt. Elvis Presley, Bill Haley, Little Richard... 1956 is een jaar waarin bijzondere mensen worden geboren. Jan Peter Balkenende, bijvoorbeeld. Paul Rosenmöller. Sylvia Millecam…

En op maandag 26 maart, een vroege, nog heel voorzichtige voorjaarsdag, wordt in het Brabantse Boxtel ook een bijzonder kindje geboren. Loes. Een klein, licht meiske. 7e Van de tien kinderen die Andreas en Cornelia van Esch zouden voortbrengen. Vier jongens, zes meiden. Een groot gezin, in een typisch Brabants arbeidersmilieu. Vader Andreas werkte zich een slag in de rondte om zijn gezin wat extra’s te kunnen bieden. Overdag in de fabriek en daarnaast ook nog bijverdienen als boerenarbeider. Hij heeft zich letterlijk en figuurlijk kapot gewerkt.

Die eerste tien jaren van het leven van Loes waren precies zoals wij ons dat voorstellen van zo’n groot rooms gezin van beneden de grote rivieren. Geen weelde, maar ze kwamen ook niet echt iets te kort. Loes bleef een onderdeurtje. Een klein scharminkel, lenig, snel, de clown van de familie.

Maar ook in dat schijnbaar gelukkige Brabantse leven in de jaren 60 ging nog wel eens iets mis. Als jong meiske van een jaar of 12 had Loes een ervaring waar ze nog lang niet aan toe was. De jongen waar het om ging was jaren ouder. Zoiets grijpt erg hard in, in het leven van een meisje. Vooral ook omdat dit nou iets was, waar thuis niet zo gemakkelijk over gesproken kon worden. Thuis was ze een van de tien, terwijl ze juist nu tien keer zo veel aandacht nodig had…

Dit was de periode dat Loes steeds minder ging eten. Ze had Anorexia Nervosa voor ze zelf nog ooit van die term had gehoord. Zonder psycholoog te zijn, ligt de gedachte dat ze vooral klein wilde blijven, erg voor de hand…

Ze ging steeds vaker naar Opoe .Opoe had problemen met haar hart en kon wat extra hulp goed gebruiken. Maar ook voor Loes was dit een uitkomst. Voor het eerst in haar leven had ze een eigen kamertje. Ruimte voor haar poppen, een naaimachientje om kleren voor die poppen te maken… Ze moest weliswaar stevig aanpakken – buiten school om Opoe helpen met van alles en nog wat, schoonmaken, boodschappen doen en dergelijke, maar kreeg daardoor ook extra aandacht en liefde. Jammer genoeg duurde die periode niet zo heel lang: Oma’s gezondheid ging achteruit. Ze werd in een verzorgingshuis opgenomen, waar ze na korte tijd overleed. Loes heeft 4 á 5 jaar bij haar Opoe geslapen.

Loes ging naar de middelbare school. Ondanks de problemen in haar jonge leven, presteerde ze daar behoorlijk. Ze haalde goede cijfers en mocht, na een jaar voorbereidende oriëntatie verzorgende beroepen, in de zorg aan de slag.

Loes was een jaar of 16, 17 toen Opoe overleed. Weer viel er een stukje geborgenheid weg. Via de broer van een vriendin kwam Loes in aanraking met drugs. En dan heb ik het niet over hasj of wiet, maar over het heftiger spul: heroïne. Maar dat was mooi… Eindelijk voelde Loes geen angst, geen kou, maar juist warmte en zelfvertrouwen. Een gelukzalig gevoel.
Voor zo lang het duurde….
Luttele tijd later was Loes verslaafd.
Die kleine flierefluiter, dat toch al zo tengere verpleegstertje was veranderd in een junkie…

Loes raakte steeds meer en steeds dieper in de scène.
In 1979 trouwde ze met Willy. Een vriend die ze kende uit de kroeg. Prima vent, vooral aan de bar. Maar niet om mee getrouwd te zijn. Niet om een gezin mee te stichten. Willy leefde pas in de kroeg. Daar kwam hij tot z’n recht. Even met het vingertje rond: allemaal wat drinken van Willy. Gezellig. Zo word je geliefd. Maar ook: arm. Want dat houdt niemand vol. Daar valt niet tegenop te werken, zeker niet in de zorg. Dus werd het huwelijk nauwelijks twee jaar later weer ontbonden. Ze bleven goede vrienden, gingen graag samen nog eens uit eten of een borreltje pakken, maar samen leven, nee dat zat er niet meer in.

Intussen was ze in 1980 verhuisd naar Zandvoort.
Het zware werk in de zorg begon Loes op te breken. Ze kreeg problemen met haar rug, met haar schouders… Raakte in de ziektewet en daarna zelfs in de WAO. Hierdoor nam haar inkomen zienderogen af, terwijl de kosten de pan uit rezen. Loes zag geen ander alternatief dan extra inkomen creëren via de prostitutie. Een van de weinige mogelijkheden om genoeg geld te verdienen om dit leven vol te kunnen houden. In die periode leerde ze Marcel kennen. Marcel bood bescherming, zo goed en zo kwaad als dat ging. Want beschermd leven als verslaafde was, zeker in de jaren ’80, net zoiets als zwemmen in de woestijn…

Muziek: Bram Vermeulen – De steen

Loes besloot: ik ga afkicken. Ik wil van die drugs af. Ik wil clean. Ze koos voor een moeilijke weg: het lange traject in een speciale kliniek in Warder, een klein plaatsje right in the middle of nowhere in de Noord-Hollandse polder. Iedereen die ooit aan de drugs is geweest, weet hoe moeilijk dat traject is, maar Loes hield het dat hele jaar vol. Met één kleine periode van zwakheid, waarop ze zelf terugkwam. Ze was, nauwelijks 29 jaar oud, voor het eerst in 15 jaar clean. Al een half leven verslaafd...

Ze kreeg een huis, werkte hier en daar als verpleegster/verzorgende en hielp haar zus, die net bevallen was van een dochtertje. En ze kwam opnieuw in contact met Marcel. Ook Marcel leek redelijk clean. Het was in die periode dat Loes in verwachting raakte. Marcel was de vader van het kindje in haar buik. Dat wist Loes zeker, en eigenlijk Marcel zelf ook. Maar Marcel was nogal gemakkelijk te beïnvloeden. Zijn familie wist hem er dan ook van te overtuigen dat hij vast niet de vader was en hij trok zich steeds meer terug.
Diezelfde familie zorgde er, veel later, ook voor dat Loes niets te horen kreeg over het feit dat Marcel ernstig ziek was. Pas toen hij in Coma lag, één dag voor hij stierf, kreeg Loes de kans om Marcel nog één keer te zien…

Intussen was, in 1987, Andreas geboren. Genoemd naar de vader van Loes. En dan verandert er natuurlijk heel erg veel in het leven van een vrouw. Een groot stuk verantwoordelijkheid, een grote hoeveelheid zorg. Een kind. En wat voor kind. Een prachtkind. De belangrijkste man in het leven van Loes. Eindelijk een man die haar vertrouwen en haar liefde waard was…
Er kwam weer een nieuwe vriend in beeld. Hans. Van 1987 tot pakweg 1994 speelde hij een belangrijke rol in het leven van Loes. Hans kwam uit een welgestelde familie, maar bracht weinig tot niets mee, qua geld. Zijn ziekelijke jaloezie plus het feit dat hij steeds minder kon verdragen van Andreas, deed Loes besluiten ook die relatie te verbreken.

In 1994 verhuisde Loes naar de Da Costastraat. Daar kwam ze in contact met haar buurman, Aart. U raadt het al: ook verslaafd. Zo kwam Loes, na een jaar of 10, 11 clean te zijn geweest, toch weer met de drugs in aanraking. Maar ook met deze vriend, Aart, ging het niet echt lekker. Hij kon namelijk niet van de spullen van Loes afblijven. En niet alleen Loes’ spulletjes verdwenen, ook die van Andreas. Zelfs toen Loes hem de deur uitzette, hield het stelen niet op. Via het balkon aan de achterkant kwam hij toch weer binnen en jatte het weinige dat Loes bezat, om het weer in drugs om te zetten. Toen verstevigde sloten, grendels op de deuren en het inroepen van de politie niet hielpen, nam Loes twee joekels van honden in huis, om zichzelf te beschermen. Missy en Yummy. Twee schatten als je ze goed kent, maar voldoende afschrikwekkend om ongewenste types buiten de deur te houden…

Behalve haar eigen kind nam Loes ook nog verantwoordelijkheid voor twee andere kinderen. Fabian en Ryan. “Vooral de opvoeding van Ryan heb ik voor een belangrijk deel voor mijn rekening genomen. Hij zat in een kindertehuis, omdat z’n moeder, die ik kende, gebruikte. Daar ging het niet goed met Ryan, toen heb ik ‘m maar in huis genomen”, vertelde Loes.
Omdat deze jongens stukken ouder waren dan Andreas, gaf dat Loes ook de mogelijkheid om in het weekend af en toe bij haar zieke moeder in Brabant op bezoek te gaan. Dan konden Ryan en Fabian op Andreas passen…

Achteraf is het een wonder dat ze al die zorgen aankon. Drie kinderen, twee honden, de zorg voor haar zieke moeder in Brabant… het was allemaal wel veel. Misschien wel wat te veel. Daarom bleven er soms ook rekeningen liggen, die eigenlijk al lang betaald hadden moeten zijn. Dat gaat een tijd goed, maar er komt een moment dat ook dat ophoudt. Dat er bijvoorbeeld geen energie meer geleverd wordt… En dat de her-aansluitkosten zo hoog zijn, dat het bijna ondoenlijk is om die levering weer te herstellen…

Aan het begin van de nieuwe eeuw probeerde Loes haar leven weer op de rails te krijgen. Stukje bij beetje pakte ze zelfstandig de financiële problemen aan, loste schulden af, leefde in armoede, maar ze klom weer tegen de wal op. Ze gebruikte niet of nauwelijks meer, probeerde echt een thuis te creëren, met een zo normaal mogelijk leven.

Tweeduizendzes moest het jaar van Loes worden. Het jaar waarin ze vijftig werd. Ze was weer van de drugs af en probeerde te minderen met het bier. Ze wilde het roer helemaal omgooien. Gezond leven, een nieuwe start maken. Bij de Jellinek werd nog even een foto gemaakt. Routine. Alleen… op die foto kwamen vlekjes voor. Vlekjes op een long. En die vlekjes hoorden niet bij de routine. Nader onderzoek was nodig. Het zou bijvoorbeeld TBC kunnen zijn. Loes had hier vanaf het begin een slecht gevoel over. Ze zei: “Ik heb in m’n leven nog niet zo heel vaak mazzel gehad, dus waarom zou dat nu opeens wel het geval zijn?”
Het goede nieuws: het is geen TBC.
Het slechte nieuws: het was kanker.

Muziek: Sting – Fragile

Op 12 juni werd ze geopereerd. Het aangetaste deel van een long werd verwijderd plus, voor de zekerheid, een aantal lymfeklieren. Maar die bleken schoon, dus dat was dan toch weer goed nieuws. Na de operatie kreeg Loes een euforisch overwinningsgevoel. Vrij van de drugs, vrij van de drank, ze voelde zich beter dan ooit. Die herstart kon er alsnog komen.
Enkele dagen na de operatie liep ze alle veertien trappen van het ziekenhuis op en af. Als training. om te bewijzen dat ze het kon. De dokter stond versteld. Zo snel hersteld van zo’n zware operatie… dat was bijna niet mogelijk. Loes ging belachelijk goed…

Maar het bleef niet goed gaan. Toen ze met de honden op weg was naar het Vondelpark, kwam ze ongelukkig te vallen. Keihard, op haar hoofd. Daar hield ze behoorlijk last van. Hoofdpijn, duizelig… En het ging niet over. Sterker nog, het leek wel of die klachten erger werden. Af en toe dubbel zien, slecht evenwichtsgevoel en vooral steeds meer pijn.

De arts vertrouwde het niet en gaf opdracht voor een hersenscan.
Dat bracht de volgende ramp aan het licht: uitzaaiingen all-over.
Tegen alle verwachtingen in had het gezwel in de longen zich toch uitgezaaid.

Loes en ik kwamen met elkaar in contact via een actie van zus Dineke. Loes had een Tv-uitzending gezien, waarin ik iets mocht vertellen over afscheid nemen. Via de RVU vond Dineke mij, waarna de eerste afspraak snel gemaakt was. Toen wij die zaterdag in november een lang gesprek voerden over haar leven bekroop mij de vraag: hoeveel ellende past er eigenlijk in een leven van 50 jaar?

Zijn er ook nog leuke dingen gebeurd, na die eerste tien probleemloze kinderjaren?
Loes moest daar zelf ook even over nadenken. “Ja, toch wel. En het is met name Andreas die in die leuke zaken de hoofdrol speelt. Spelen met je eigen kind is natuurlijk het mooiste wat een mens kan overkomen. En we zijn wel eens samen op vakantie geweest, een keer naar Turkije, naar Portugal, naar Amerika…. Bovendien hebben we nog wel eens een vredesweek bezocht. Ik heb nu eenmaal iets met Sjamanisme, yoga en dergelijke. Helemaal terug naar de basis. Slapen op stro, waar de muizen uitschieten als je naar bed gaat. Daar zijn Andreas en ik nog wel eens naar toe geweest. Dat vond ik dus geweldig. Eén keer hield ik ‘m daarvoor thuis van school. Gingen we met de taxi naar het station, vroeg die taxichauffeur het hemd van m’n lijf. Wat we gingen doen, of Andreas niet naar school moest… En ik, naïef als ik ben, vertelde alles. Bleek het Maarten Spanjer te zijn, van het TV-programma Taxi. Was een paar weken later het hele verhaal op de televisie.”

Eigenlijk moesten we constateren dat dit zo ongeveer de enige hoogtepunten uit het leven van Loes waren, die er echt toe deden. Dus om nou te zeggen dat het leven van Loes een aaneenschakeling van rozengeur en maneschijn was… nee…

Maar gelukkig keerde, tegen het einde van haar leven, er ook nog iets belangrijks ten goede.
De eerste gesprekken die ik met Loes had, droegen een belangrijke hoeveelheid onvrede en wrok in zich. Boosheid. Zich afzetten tegen de wereld, tegen het leven. Ook een gevoel van triestheid, dat er van dat grote, gezellige Brabantse gezin, niets meer over was. En daar zat, met het scheiden van de markt, toch nog de winst. Loes kwam weer in contact met haar zussen. Gedurende een gezamenlijk weekend, besloten ze samen een brief te schrijven naar hun broers. Uitleggen wat de situatie was, uitleggen wat er voor gevoelens er leefden.

En het mooie is: met iedereen werd het contact weer hersteld.
Iedereen reageerde, bijna iedereen positief. En dat is heel belangrijk. Want je kunt wel in woede sterven en alles boos achterlaten, maar het is veel mooier en beter om eerst met jezelf en iedereen om je heen in het reine te komen. En, hoewel we dat in het eerste gesprek voor onmogelijk hielden, was dat een paar gesprekken later toch het geval.

Dat maakt het afscheid iets gemakkelijker. Natuurlijk, Andreas is eigenlijk nog veel te jong, om al zonder moeder door te moeten. Aan de andere kant: het leven heeft ook hem sterk gemaakt. Loes vertrouwt er op dat Andreas in staat zal zijn om voor zichzelf te zorgen.
“Die jongen is zo sterk, die kan zo veel, daar heb ik alle vertrouwen in.”

“En,” zo voegde ze er in ons laatste gesprek aan toe: “je hoeft het verhaal niet mooier te maken dan het is. Vertel het de mensen maar zoals ik het jou heb verteld. Het is mijn verhaal, over mijn leven. Daar hoeven we geen geheim van te maken. Ik heb het gedaan op mijn manier. Ook al was dat misschien niet de beste manier. Het was mijn leven.”

Muziek: Herman Brood – My Way